Voeding & Dieet

Dezelfde rijst geeft jou een piek, je vriend niet

· 5 min leestijd

Twee mensen eten precies hetzelfde bord witte rijst. Bij de één schiet de bloedsuiker omhoog en zakt hij twee uur later weer weg met een hongerdip. Bij de ander gebeurt er bijna niets. Geen verschil in portie, geen verschil in tijdstip, wel een compleet ander lichaam eronder. Dat is niet toevallig zo. Onderzoek naar bloedsuikerreacties laat al jaren zien dat de klassieke glycemische index, het label dat vertelt hoe snel een voedingsmiddel je bloedsuiker verhoogt, veel minder voorspelt dan we dachten.

Je CGM-sensor vertelt een ander verhaal dan het etiket

Continue glucosemeters, ooit alleen voor mensen met diabetes, duiken nu op de arm van sporters die niets mankeren. Fabrikanten als Abbott en Dexcom brengen sinds vorig jaar losse consumentenversies op de markt, los van een doktersrecept. Wie zo'n sensor twee weken draagt, ontdekt al snel dat de theorie op de verpakking niet klopt met wat er in de eigen bloedbaan gebeurt. Havermout, op papier een gematigde keuze, geeft bij de een een rustige lijn en bij de ander een scherpe piek. Dat is precies wat grootschalig onderzoek naar postprandiale glucosereacties bevestigt: dezelfde maaltijd met exact dezelfde hoeveelheid koolhydraten leidt bij verschillende mensen tot sterk uiteenlopende pieken, ook als leeftijd en gewicht vergelijkbaar zijn.

Waarom rijst bij de één een piek geeft en bij de ander niet

De verklaring zit voor een groot deel in de darmen. Onderzoekers van onder meer het Weizmann Institute vonden dat de samenstelling van je darmmicrobioom, het geheel aan bacteriën dat je voedsel mee verteert, sterk bepaalt hoe snel koolhydraten worden afgebroken tot glucose. Twee mensen met een ander bacterieprofiel zetten dezelfde portie rijst dus letterlijk in een ander tempo om. Daarnaast telt insulinegevoeligheid mee: hoe efficiënt je lichaam glucose uit het bloed naar de spieren stuurt. Iemand die veel kracht traint, heeft doorgaans spieren die makkelijker glucose opnemen, wat een piek afvlakt. Iemand die veel zit, mist dat voordeel juist.

Ook slaap speelt mee. Eén nacht van vier uur slaap is genoeg om je insulinegevoeligheid tijdelijk met tientallen procenten te laten dalen. Dezelfde boterham die je maandag na een goede nacht zonder problemen verwerkt, geeft dinsdag na een korte nacht een veel grotere piek. Stress werkt via cortisol vergelijkbaar: een gespannen dag maakt je lichaam gevoeliger voor bloedsuikerschommelingen, los van wat je eet.

Wat je bloedsuikerrespons bepaalt naast het eten zelf

De volgorde waarin je eet, blijkt minstens zo belangrijk als wat er op je bord ligt. Groente en eiwit eerst, koolhydraten als laatste, zorgt aantoonbaar voor een lagere en langzamere piek dan dezelfde ingrediënten in omgekeerde volgorde. Ook een korte wandeling van tien tot vijftien minuten na de maaltijd helpt: je spieren gebruiken dan direct een deel van de vrijgekomen glucose, waardoor de piek in het bloed lager blijft. Wie moeite heeft met bloedsuikerschommelingen, heeft daar meer aan dan aan het schrappen van een hele voedingsgroep.

Portiegrootte en het combineren met vet of eiwit maken eveneens verschil. Een handvol noten bij die rijst vertraagt de maaltijdlediging van de maag, waardoor glucose geleidelijker in het bloed komt. Dat verklaart ook waarom losse suiker sneller een piek geeft dan diezelfde hoeveelheid suiker verstopt in een volledige maaltijd. Wil je hier dieper op inzoomen: dit artikel over zoetstoffen en je bloedsuiker legt uit waarom ook suikervervangers niet zo onschuldig zijn als ze lijken.

Wat een consumenten-CGM je wel en niet leert

Een sensor kan waardevol zijn om je eigen patroon te leren kennen, maar de valkuil is dat mensen elke piek als een probleem gaan zien. Een korte, matige stijging na het eten is normaal fysiologisch gedrag, ook bij een gezond lichaam. Waar het om gaat is hoe snel je bloedsuiker weer terugzakt naar het uitgangsniveau, en of de pieken over een langere periode structureel hoog blijven. Voor de meeste gezonde sporters is twee weken meten genoeg om te ontdekken welke maaltijden voor hén werken, zonder dat een sensor daarna nog nodig is.

Dat sluit ook aan bij de koers die de Gezondheidsraad zelf inslaat. In het nieuwe advies over voedingsnormen ligt de nadruk minder op het tellen van losse voedingsstoffen en meer op het totale eetpatroon. Dat artikel over de vernieuwde voedingsnormen beschrijft dezelfde verschuiving: niet één getal op een etiket, maar de context waarin je eet, bepaalt het effect op je lichaam.

Dit is wat je morgen anders eet

Je hoeft geen dure sensor te kopen om hier iets mee te doen. Begin je maaltijd met groente of eiwit, bewaar de koolhydraten voor het laatst, en loop na een grote maaltijd tien minuten. Slaap je slecht, houd dan rekening met een gevoeliger lichaam die dag en kies bewust voor iets minder snelle koolhydraten. En als je toch nieuwsgierig bent naar je eigen patroon: een sensor van twee weken vertelt je meer over jouw lichaam dan welk voedingslabel dan ook. Voor de vezels die je bloedsuiker sowieso helpen afvlakken, geldt hetzelfde als voor eiwitten: de meeste mensen krijgen er structureel te weinig van binnen. Dit artikel over vezels laat zien hoe je dat zonder moeite oplost.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.