Voeding & Dieet

Een derde van de vrouwelijke sporters heeft te weinig ijzer

· 5 min leestijd

Je trainingen gaan al weken zwaarder dan ze zouden moeten. Je benen voelen loodzwaar, je hartslag ligt bij een rustig duurloopje al hoger dan normaal en je herstelt trager dan vorig jaar. De meeste sportende vrouwen schrijven dat toe aan overtraining, drukte of gewoon een mindere periode. Vaak zit de echte oorzaak dieper: een ijzertekort dat niemand heeft getest.

Dat is geen incident. Een studie uit 2022 onder internationaal concurrerende, niet-professionele vrouwelijke duursporters, gepubliceerd in International Journal of Environmental Research and Public Health, vond bij 6 van de 13 deelneemsters (46 procent) een ferritinewaarde onder de 30 µg/L, de grens voor ijzertekort. Geen van hen was anemisch. Het probleem zat dus in de ijzervoorraad, niet in het bloedbeeld zelf, en bleef daardoor onopgemerkt.

Hoeveel vrouwelijke sporters het treft

De cijfers lopen uiteen, maar wijzen steeds in dezelfde richting. Diezelfde studie uit 2022 noemt in de inleiding een algemeen bereik van 15 tot 35 procent voor vrouwelijke atleten, tegenover 3 tot 11 procent voor mannen. Een andere studie, gepubliceerd in 2025 in het tijdschrift Sports en uitgevoerd onder Japanse topsportsters in het universitair sporten, trekt de bandbreedte nog breder: wereldwijd tussen 9 en 60 procent van de vrouwelijke atleten.

Die spreiding komt doordat onderzoeken verschillende afkapwaarden voor ferritine gebruiken en verschillende sporten meten. Maar zelfs de voorzichtigste schatting komt uit op zeker één op de zeven vrouwelijke sporters. Bij duursporten zoals hardlopen, wielrennen en triatlon ligt dat aandeel doorgaans aan de hoge kant van die spreiding.

Waarom vrouwen hier vaker last van hebben dan mannen

De oorzaak is niet één ding, maar een stapeling. Menstruatie is de meest voor de hand liggende: vrouwen verliezen daardoor structureel ijzer dat mannen niet verliezen. Daar komt training bovenop. Intensieve inspanning verhoogt de aanmaak van rode bloedcellen, wat de ijzerbehoefte verder opstuwt. Hardlopen in het bijzonder veroorzaakt voetaanslaghemolyse, het mechanisch beschadigen van rode bloedcellen door de herhaalde impact van voetcontact met de grond.

Er speelt ook een minder bekend mechanisme: na een zware training stijgt het hormoon hepcidine, dat de opname van ijzer in de darm juist remt. Train je vaak kort na elkaar zwaar, dan blokkeer je dus deels je eigen ijzeropname op het moment dat je die het hardst nodig hebt. Tel daarbij een lage energie-inname of een voedingspatroon met weinig heemijzer (uit vlees en vis) op, en het tekort bouwt zich geleidelijk op zonder dat je het voelt aankomen.

De signalen die je waarschijnlijk mist

Het sluipende karakter van ijzertekort is precies wat het gevaarlijk maakt. De eerste klachten, aanhoudende vermoeidheid, zware benen, een iets hogere hartslag bij dezelfde inspanning en minder motivatie om te gaan trainen, lijken sterk op simpele overtraining of een drukke periode. Herkenbaar is dat ook mannen een vergelijkbaar sluipend tekort kunnen hebben: wordfit schreef eerder over het energietekort dat mannelijke sporters het vaakst missen, en bij vrouwen speelt ijzer die rol vaak net zo onopvallend.

Pas bij een verder gevorderd tekort komen de duidelijkere signalen: duizeligheid, kortademigheid bij inspanning die voorheen makkelijk ging, trager herstel tussen trainingen, een terugval in prestaties en vaker een verkoudheid of kleine blessure oplopen. Tegen die tijd loop je waarschijnlijk al weken of maanden met een uitgeputte ijzervoorraad.

Wat je eraan kunt doen zonder blind te suppleren

Het verleidelijke antwoord is een ijzersupplement uit de drogist erbij pakken. Doe dat niet zonder bloedonderzoek. Suppleren zonder vastgesteld tekort levert weinig op en kan bij een normale ijzervoorraad juist voor maag- en darmklachten zorgen, terwijl de werkelijke vermoeidheidsoorzaak gewoon blijft bestaan.

De Japanse studie uit 2025 pleit daarom voor twee dingen: regelmatige screening van de ijzerstatus bij vrouwelijke atleten, en voedingseducatie door een diëtist. Concreet betekent dat: zet heemijzerbronnen zoals rood vlees, lever, eieren en vis vaker op het menu, combineer plantaardige ijzerbronnen zoals spinazie en peulvruchten altijd met vitamine C om de opname te verbeteren, en houd rekening met remmers van ijzeropname zoals koffie, thee en calcium rond de maaltijd. Wil je je voeding breder onder de loep nemen, dan is het de moeite waard om ook te kijken of je wel genoeg vezels binnenkrijgt, want een eenzijdig dieet raakt vaak meerdere voedingsstoffen tegelijk.

Laat daarnaast je ferritine prikken als je structureel moe bent ondanks voldoende slaap en herstel, zeker als je veel kilometers maakt, een grotendeels plantaardig dieet volgt of regelmatig bloed doneert. Een huisarts of sportdiëtist kan op basis van dat bloedbeeld bepalen of suppletie nodig is en in welke vorm.

Waar je verder niet blind op moet vertrouwen

Net zoals bij ijzer geldt voor andere supplementen: eerst de vraag stellen of je het tekort daadwerkelijk hebt, voordat je ervoor betaalt. wordfit schreef al eerder dat de meeste sporters minder elektrolyten nodig hebben dan de fles op de verpakking beweert. Ijzer volgt dezelfde logica: een voedingsstof die bij een tekort het verschil maakt, maar bij een normale voorraad weinig tot niets oplevert en soms zelfs averechts werkt.

Dit is wat je deze week anders doet

Voel je je al langer dan twee, drie weken structureel zwaarder tijdens trainingen die eerder vanzelf gingen, wacht dan niet tot het een officiële blessure wordt. Maak een afspraak voor een bloedtest met ferritine erbij, niet alleen hemoglobine, want dat laatste blijft bij een beginnend tekort vaak nog gewoon normaal. Pas als je zwart op wit hebt dat je ferritine laag is, heeft suppletie zin. Tot die tijd is de beste investering een bord met meer rood vlees, vis of peulvruchten, en een vitamine C-bron erbij.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.